- 4 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Er zijn plekken die je niet kiest, maar die jou kiezen.
Mijn atelier bevindt zich in een oud station, verscholen in de Grote Getevallei in Neerlinter. Een plek waar ooit treinen vertrokken en aankwamen, waar beweging vanzelfsprekend was. Vandaag is het er stil. De sporen maakten plaats voor een fietspad dat zich een weg baant door de vallei. Het ritme is veranderd, zachter geworden. Hier, in de oude wachtzaal van het station, maak ik handtassen.
Twee kilometer verder, in het volgende station — dat van Oplinter — woon ik met mijn gezin. Ik ben architect. Misschien is het geen toeval dat ik me aangetrokken voel tot deze plek.
Erfgoed heeft een ziel. Het draagt verhalen, lagen, sporen van gebruik. Net zoals een goede tas dat doet. Genius Loci.
Voor ik begon met mijn eigen merk, werkte ik uitsluitend aan het restaureren van vintage Delvaux-handtassen. Stukken van vijftig, soms honderd jaar oud. Ik zag hoe ze verouderden, waar ze slijten, wat standhoudt en wat het begeeft. Ik leerde waar echte kwaliteit zit — en waar luxe soms enkel schijn is.
Die ervaring liet me niet los. De drang om zelf te ontwerpen werd te groot.
Eens architect, altijd ontwerper.

Mijn handtassen vertrekken niet vanuit bestaande patronen. Geen herhaling, geen variatie op wat er al is. Elke tas begint bij een schets, bij een idee dat groeit en getest wordt. Soms maandenlang. Soms een half jaar. Ik zoek, herteken, maak prototypes, faal en begin opnieuw. Tot het klopt.
Dat proces is traag. Bewust traag.
Elke tas wordt volledig met de hand gemaakt in mijn atelier. Door mensen. Door vakmanschap. Door aandacht. We maken er maar enkele per maand. Niet omdat we niet meer willen, maar omdat we niet sneller kúnnen werken zonder in te boeten op wat voor mij essentieel is.
De prijs van mijn handtassen — tussen 1999 en 3000 euro — weerspiegelt dat proces. Het weerspiegelt de tijd die nodig is om iets goed te maken. De handen die eraan werken. De kennis die erin zit. En ook de keuze om lokaal te produceren, om mensen correct te betalen, om volledige controle te houden van eerste lijn tot laatste steek.
Maar er is meer.
Ik geloof niet in een tas als eindpunt. Voor mij is het een begin.
Omdat ik zelf restaureer, weet ik dat een tas pas echt waarde krijgt door gebruik. Door jaren. Door sporen. En dus maak ik tassen die dat aankunnen. Die niet ontworpen zijn voor een seizoen, maar voor een leven. En als er ooit iets misgaat — een stiksel dat loskomt, een onderdeel dat slijt — dan herstel ik dat. Hier. In hetzelfde atelier waar de tas ooit ontstond.
Die cirkel is voor mij essentieel.
Van schets tot tas. Van gebruik tot herstel. En terug.
Misschien is dat wat echte luxe vandaag betekent. Niet perfectie zonder slijtage, maar duurzaamheid zonder compromis. Een object dat blijft, dat meegroeit, dat gedragen mag worden zonder voorzichtigheid.

Ik schrijf dit verhaal vanop deze plek, omdat het hier begint. Omdat ik dicht bij mezelf wil blijven. Omdat ik geloof dat je alleen iets waardevol kan maken als je het hele proces kent — en beheerst.
Mijn merk bestaat nog maar net. Maar het draagt alles wat ik de voorbije jaren geleerd heb. Het is geen startpunt, maar een gevolg.
Van architectuur. Van restauratie. Van liefde voor materiaal en detail.
En van een oud station, waar vandaag geen treinen meer stoppen — maar waar nog elke dag iets vertrekt.